Wielrenners hebben een nieuwe uitdaging gevonden in het mij terroriseren terwijl ze me passeren. Vandaag was het weer prijs.
Nietsvermoedend fiets ik huiswaarts na een half dagje school en dan ineen *flits* … een wielrenner van het type ‘Amateur’ fietst me rakelings voorbij. Rakelings als in “op maximaal 10 centimeter afstand”. Dit vermoedelijk om te testen hoe goed meneer in het peleton zou kunnen omgaan met andere al dan niet amateur-wielrenners die rond hem zouden fietsen.
Ik verschoot mij natuurlijk een ongeluk, maar liet de wielrenner begaan. In mijn hoofd schreeuwde ik naar de wielrenner dat hij godverdomme de hele weg had om op te rijden en dat ik niet gediend was met zijn rijkunsten. Ik fantaseerde verder en al snel kwam het tot een woordenwisseling, die ik uiteraard niet won. Ik ben slecht in woordenwisselingen. En oh, ja, de wielrenner was een verbitterde Belg. Meestal fantaseer ik er dan ook nog eens bij dat beide partijen slaags geraken, maar daar was deze keer geen sprake van.
U ziet, ik weet mij wel bezig te houden als ik naar huis fiets. Heldhaftige verhaaltjes verzinnen enzo.


